Johan Stouten leeft nogsteeds, doet nu iets met water ofzo. In de voorstellingen van Pectoralis gaat deze veelvuldig dood aan de gevolgen van het leven. De eerste scene waarin hij dood ging was:
De man en zijn levensleed
Na lang beraad heeft de raad van bestuur besloten om u niet
langer in uw functie laten. Zo kreeg Johan Stouten het
maandagochtend van de directie te horen dat hij ontslagen was.
Geschrokken en verdwaasd liep Johan naar buiten en besefte
eigenlijk wat hij na jaren van werken nu eigenlijk in zijn
leven had. Alles had hij voor zijn werk gedaan. Overwerken,
in de weekends werken en nog eens werken. Daarvoor had zijn
grote lieverd, Elly hem verlaten. Zij had gezegd “Je houdt meer
van je werk dan van mij” waarop hij zei “Schat, ga even voor de
televisie vandaan ik moet de aandelenbeurs volgen”.
Inmiddels heeft hij een huis wat voor 70% van de bank is, een
vakantiehuis op Kreta gefinancierd van zijn aandelenpakket in
de Haagse tramtunnel en inderdaad, aandelen in de waterleiding.
Na een korte wandeling begint het keihard te regenen en meneer
Schutte besluit onder de tram naar huis te stappen. Helaas had
deze vertraging, iets wat in Amsterdam niets nieuws is dus
springt Hendrik in de Herengracht maar deze bleek net drooggelegd
te zijn omdat er weer een meisje van 5 jaar in de buurt was
verkracht en vermoord. Wij hebben haar niet vermoord en
ontkennen alles.
Thuis aangekomen rent hij naar de badkamer en laat het bad vol lopen.
Hij gaat erin liggen en probeert met een scheermes zijn polsen door
te snijden. Hij zaagt, hakt en fileert maar komt niet tot zijn
slagader omdat zijn ex-vrouw het mes heeft botgemaakt met scheren
van haar borstharen.
Huilend pakt hij een touw en gaat hij naar de appelboom in de
tuin. Hij maakt het touw vast aan een stevige tak om er voor
te zorgen dat hij niet met tak en al op de grond terechtkomt
want deze keer MOET het lukken. Hij maakt een knoop die hij
gemaakt heeft bij de scouting en wil zijn hoofd vervolgens
door het touw steken als blijkt dat hij te klein is om bij de
lus te komen.
In pure wanhoop rent hij naar de slaapkamer, maakt hij de
medicijnkast open en rukt een potje open. Hij slikt in een
keer alle pillen in en hij gaat op bed liggen, wachtend op
het feit dat komen gaat. Na een kwartier begint hij al vreemde
tinteling rond zijn benen te voelen en inderdaad blijkt hij tot
zijn grote schrik een potje Viagra achterover geslagen te hebben.
In de keuken aangekomen zoekt hij naar het keukenmes wat hij
gisteren al in de rug van een 5 jarig meisje had gestoken. Hij
draaide het gas open maar hij vergat dat de huisbaas elektrisch
koken al in 1945 verplicht had gesteld.
Met totale zelfminachting rent hij naar de benzinepomp om
zichzelf in de brand te steken. Na ongeveer een kwartier
klootzakken met lucifers was er dan eindelijk een dame zo’n
vriendelijk om Johan even haar aansteker uit te lenen maar
ook hier wachtte hem een verschrikkelijke vernedering. Hij
droeg een bij Tell-sell gekocht nooit-brandende geitenwollen
sweater met transpirant-absortievermogen. (Oh, Johan wat geweldig).
Helemaal verwilderd kijkt hij om zich heen, hij moet dood,
sterven en kapot.
Hij rent 561 treden omhoog om van het Krasnapolsky te springen
en hijgend aangekomen op het dak neemt hij nog een flinke hap
lucht en springt.
Hij gilt en valt ……..SPLASH………….
Hij valt op een springkussen voor debiele bejaarden waarvan
1 in krititieke toestand naar het ziekenhuis wordt vervoerd
en daar overlijd aan voedselvergiftiging.
Plotseling gaat de telefoon, zijn ex “Elly” zegt “kom naar
me toe, ik mis je zo ik ben net naar de dokter geweest en we
krijgen een tweeling”. Met tranen in zijn ogen van geluk pakt
hij zijn jas en rent naar buiten. Hij danst, hij springt en
rent naar de overkant maar halverwege klinkt een harde klap,
het gepiep van remmen en gillen van enkele schoolkinderen.
Johan leefde niet meer, hij is overleden.