Vanmorgen gingen moeder en ik naar Spijkenisse, niet om gezellig te winkelen of om op visite gaan. Nee wij hadden een andere missie. Na veel gehaast kwamen bij een zaaltje waar veel familieleden buiten stonden te roken.
Ik gaf iedereen een handje maar ik herkende werkelijk niemand. Bij sommige mensen herkende ik wel duidelijk het gezicht als een ‘familiegezicht’ maar ik kon de personen niet van naam.
Sommige mensen riepen verrast “wat ben jij groot geworden… de laatste keer dat ik je zag was je 5 jaar�.
Binnen in het zaaltje aangekomen zag ik iemand die ik wel herkende “Ome Bram�.
Ome Bram, de broer van mijn oma en best een aardige man maar het viel me op dat Ome Bram vandaag niet zoveel zei. Sterker nog, hij zei helemaal niets. Dat was vreemd want Ome Bram was een gezeldschapsmens. Waar hij was, was altijd wel een gezellige conversatie gaande maar vandaag niet.
Het viel me op dat hij er ook niet echt goed uitzag, hij was mager geworden. Ik liep op Ome Bram af en direct viel het mij op dat hij zijn nette pak aanhad, iemand achter mij zei “wat ligt hij er mooi bij hey ?�.
Ja zei ik en liep langs zijn kist de aula in om de andere familieleden te condoleren.